40 Jaar Jeugdzorg

Archief

Heden en verleden

Archief

Heden

Op 29 augustus 2014 werden in het totaal zes kinderen, in de leeftijd van 8 maanden tot 9 jaar van de twee echtparen uit huis geplaatst en voor een periode van drie maanden onder toezicht gesteld. De ouders werden verdacht van steun aan de gewapende strijd van de terreurorganisatie IS en een mogelijk vertrek naar Syrië.
Op 8 september vond de zitting naar aanleiding van die beslissing van de kinderrechter plaats. De Raad voor de Kinderbescherming vroeg op zitting om de voorlopige ondertoezichtstelling in stand te houden en de uithuisplaatsing met vier weken te verlengen. De rechtbank trok echter de maatregelen die eerder waren genomen, in. Dat betekent dat er nu geen voorlopige ondertoezichtstelling meer is en geen machtiging uithuisplaatsing. Drie van de vier ouders zijn weer thuis, zodat zij beschikbaar zijn om de kinderen te verzorgen. De ouders en kinderen hebben op dit moment geen geldige paspoorten zodat zij niet kunnen reizen. Los daarvan heeft de rechtbank bij het ene gezin geconcludeerd dat er geen enkele aanwijzing is dat zij zullen vertrekken. Het andere gezin heeft aangegeven dat er emigratieplannen zijn, maar niet nu en zeker niet naar Syrië. De Raad voor de Kinderbescherming zegt dat ouders en hun kinderen kunnen onderduiken maar daarvoor is, zegt de rechtbank, geen enkele aanwijzing.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft niet gemeld dat er zorgen zijn over de kinderen, hoe de kinderen worden opgevoed of dat er andere onveilige omstandigheden zijn. Er zijn geen redenen aangevoerd op grond waarvan er nu overheidstoezicht op de kinderen moet zijn. Wel gaat de Raad onderzoek doen; de ouders hebben aangegeven daaraan mee te zullen werken. (Bron: Nieuwsbericht van de Rechtbank van 8 september 2014)

 

Verleden

In oktober 1983 werden 20 kinderen door de politie opgepakt, voorlopig aan de Raad voor de Kinderbescherming toevertrouwd en uit huis geplaatst. De betrokken ouders maakten deel uit van een Tai Chi-groep onder leiding van Jim Burch. Op 30 december 1983 kregen de ouders een brief van de Raad voor de Kinderbescherming. Een citaat daaruit: “De onderzoeken zijn inmiddels afgerond, de (concept) rapporten met u besproken. De conclusie van de Raad luidt in het kort: tekenen van affectieve, pedagogische of lichamelijke verwaarlozing zijn in ons uitvoerige onderzoek niet gebleken.”(Bron: Vrij Nederland van 18 januari 1984; artikel van Kees Schaepman)

In 2011 schreef één van de betrokken jongeren, Martijn Hoogeveen een boek hierover: ‘Mijn ontvoering door het OM’.

 

De moraal

Ouders met andere ideeën of overtuigingen zijn bijzonder kwetsbaar voor het ingrijpen door de overheid. In deze beide gevallen zijn er duidelijke slachtoffers: de betrokken kinderen.