40 Jaar Jeugdzorg

Logboek

2018

22 juni: Janet van Bavel gaat met pensioen. Ter gelegenheid van haar afscheid van Kenter Jeugdhulp is er een mini symposium georganiseerd. Ik ben één van de sprekers. Mijn verhaal ‘Er is (niet) veel veranderd in de jeugdzorg’ gaat over 40 jaar jeugdzorg. Precies de tijd dat ik Janet ken.

5 juni: Mária Schopman is overleden. ik sprak haar op 19 januari 2015. Zij leverde een belangrijke bijdrage aan mijn denken over de rol van de alternatieve hulpverlening bij de strijd tegen vrouwen- en kindermishandeling en seksueel geweld.

14 mei: Bijeenkomst van de resonansgroep van het onderzoeksproject naar geweld in de residentiële jeugdzorg, uitgevoerd door de Vrije Universiteit. De aanwezigen reageren op een aantal door de onderzoekers opgesteld concepten. Zij zijn nog vertrouwelijk, dus ik zeg er niets over.

31 maart: Huig de Groot, voormalig voorman van de Belangenvereniging Minderjarigen, presenteert zijn boek ‘Nomadolisch Manifest’ bij boekhandel Scheltema. Ik ben een kijkje gaan nemen.

21 maart: Geïnterviewd door Esther van der Meer. Zij is één van de medewerksters van de Rijksuniversiteit Groningen, die de sectorstudie Geweld in de Pleegzorg doen ten behoeve van de commissie De Winter.

19 februari: Met Jacques Dane en Evelien Walhout gesproken over hun archiefonderzoek in het kader van de commissie De Winter.

24 januari: De vergadering van de leesgroep heb ik afgezegd. Ik heb geen tijd gehad voor een goede voorbereiding.

2017

11 december: Hans Heiner, oud-collega en één van mijn trouwste volgers en meelezers is overleden. We hadden op 19 oktober voor het laatst contact. In een komende Nieuwsbrief zal ik hem de eer geven die hem toekomt.

15 november: aanwezig bij een vergadering van de commissie De Winter om te spreken over de raakvlakken tussen hun onderzoek en het mijne.

9 november: gesproken met Jacques Dane over het archiefonderzoek dat hij voor de commissie De Winter doet.

2-3  november: Groningen met een bezoek vereerd. In het Groninger archief de geschiedenis van JAC Groningen bestudeerd en oud-Jaccer Geert Dillema geïnterviewd. Ook Mien Tulp woont in Groningen en heeft in de jaren negentig bij de Sosjale Joenit gewerkt. Zij had mij al eerder gebeld, dat ze nog stukken uit die periode  had. Bij haar geluncht en gekeken wat er voor mij relevant was.

27 september: bijeenkomst van de leesgroep.

18 september: Om de relatie met het heden niet te verliezen ben ik naar het congres ‘Jeugdbescherming van morgen’ geweest.

30 augustus: Een afspraak met Paul Hilte, die een proefschrift voorbereidt over het ontbreken van eenheid van beleid en financiering in de jeugdzorg.

28 augustus: Regelmatig spreek ik Hans Heiner, die ik al ken vanaf dat ik ging studeren. Toen hij met pensioen ging, was hij directeur van het Paedologisch Instituut in Amsterdam. Net als ik kent hij de geschiedenis van de Nederlandse jeugdzorg van binnenuit. Vandaag verraste hij mij met een exemplaar van ‘Duxmaandblad gewijd aan jeugd en wereld’ van februari 1968 met daarin een artikel van Donald MacGillavry dat ‘Hulpverlening bij puberteitsmoeilijkheden’ heet.

18 augustus: Mijn website bijgewerkt!

28 juni: De bijeenkomst  van de leesgroep ging niet door. Ik was ziek.

22 juni: Herinneringen opgehaald met een oude kennis: Hans Jagers, nu van de Inspectie Jeugdzorg. Daarna het lustrumsymposium van het NJI bijgewoond. Het was tevens het afscheid  van Kees Bakker van het NJI. Zijn toespraak ging over de vermaatschappelijking van de jeugdzorg. Er was ruime aandacht voor de geschiedenis van de laatste 50 jaar.

14 mei: Ab Doorn was een goede bron! Hij hielp mij ook aan het adres van Ben Bloem van de Sosjale Joenit, de eerste hulpverlener die werd veroordeeld vanwege het onttrekken van een minderjarige aan het ouderlijk gezag (artikel 280 WvS). Vanaf 2015 was ik naar hem op zoek. Ik schreef hem een brief; de eerste sinds de start van mijn project. Hij antwoordde en op deze datum spraken we elkaar.

1 mei: Via Ab Doorn kwam ik in contact met Arthur van Wijk, jurist van JAC Utrecht, die de hele ontwikkeling van JAC Utrecht tot Bureau Jeugdzorg Utrecht heeft meegemaakt. Gesprekken als deze helpen niet alleen om de feiten boven tafel te krijgen, maar motiveren ook tot schrijven.

29 maart: Bijeenkomst van de leesgroep.

20 maart: gesproken met Ab Doorn, schrijver van ’10 jaar JAC Utrecht’.

23 februari: gegeten met Rudie Kagie en gesproken over zijn boek ‘Hopman’.

16 februari: een aparte afspraak met Wim Slot over de activiteiten van de commissie De Winter (Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg), waar Wim deel van uitmaakt. Er zijn natuurlijk raakvlakken tussen de activiteiten van die commissie en het onderzoek in het kader van mijn boek.

In de week van 16 januari de website bijgewerkt.

2016

Het heeft veel te lang geduurd, maar op 30 november komt de leesgroep bij elkaar. ik heb de hoofdstukken 1 t/m 3 herschreven. Vooral mijn hoofdstuk over de kinder- en jeugdpsychiatrie levert veel commentaar op. Ze hebben gelijk; een herziening is nodig.

Nog een persoonlijke noot: via deze website meldt zich Leo Broek, een neef die ik sinds 1985 niet meer heb gezien. Ik sprak hem op 17 november in de buurt waar onze gezamenlijke grootouders woonden.

Op 9 november bezoek ik Deventer. Karin van Droesem heeft daar voor mij een gesprek met Clemens Hosman, Nel Petilon en haarzelf georganiseerd om mij te vertellen over de geschiedenis van de KOPP-projecten. KOPP staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen.

29 augustus: Op het kantoor van Adviesbureau VanMontfoort werkt Isabel  Alarcon. Zij is één van de twee ondersteuners van het Jeugdwelzijnsberaad. Ik ga de geschiedenis van het Jeugdwelzijnsberaad (sinds 1971!) in mijn boek beschrijven.

Op 30 juni bezoek ik het kantoor van Balans, een vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. ik spreek met de directeur Swanet Woldhuis. Van hun geschiedenis – de vereniging is in 1987 opgericht – staat weinig op papier. Als ik dat wil mag ik zelf in de archieven duiken en onderzoek doen. dat wordt na de vakantie.

19 mei: Op uitnodiging van Jacques Dane bezoek ik zijn werkplek, het Onderwijsmuseum in Dordrecht. We praten na over zijn onderzoek naar de archieven in de jeugdzorg en ik geniet van een museum, dat ook bij mij allerlei schoolherinneringen oproept.

Zaterdag 26 maart in Utrecht een ontmoeting met een oud collega van het JAC: Erik van Ingen Schenau, waarmee Janet van Bavel en ik ‘Je voelt je als een beest’ over isolaties in de kinderbescherming schreven. Erik was jarenlang de drijvende kracht achter het eerder genoemde ‘Waer Gebeurt’. Weer wat meer te weten gekomen over de geschiedenis van de BM en de acties in de jaren zeventig.

Altra, een jeugdzorginstelling in Amsterdam heeft een canon gemaakt over haar eigen geschiedenis. Ik voer een gesprek met de samenstelster Heidi Offergelt. Zij heeft ook een boek voor mij over de geschiedenis van de in 2003 honderd jaar bestaande Boddaertcentra.

Op 2 maart ontmoette ik Huig de Groot, voormalig voorman van de Belangenvereniging Minderjarigen en in de jaren tachtig betrokken bij het Steunpunt Zetten. Ons voornaamste gespreksonderwerp was de  geschiedenis van de BM.

Een persoonlijke noot: Op 6 februari werd mijn derde kleinkind (een meisje Mira Beer) geboren.

Op 4 januari sprak ik Jacques Dane en Evelien Walhout, die in opdracht van de commissie De Winter (commissie vooronderzoek naar geweld in de jeugdzorg) een deelonderzoek doen naar ‘de stand van de archieven met betrekking tot jeugdzorg na 1945 in relatie tot geweld’. Ik heb zo’n archief. Niet zoals de onderzoekers denken een archief van de Belangenvereniging Minderjarigen, maar een klapper van ‘Waer gebeurt’. Een groot aantal JAC’s en Releases verzamelde onder die naam in de jaren zeventig ervaringen van weglopers uit tehuizen. Als ik die klapper doorlees, was in tehuizen ‘slaan’ eerder regel dan uitzondering.

2015

Begin november spreek ik mijn vroegere stagebegeleider Erik Meerum Terwogt. Gespreksonderwerpen zijn de beginjaren van het JAC en de geschiedenis van de psychotherapie voor adolescenten.

Op verschillende dagen bezoek ik de Praktizijnsbibliotheek van de Amsterdamse Rechtbank. Met veel hulp van de medewerkers onderzoek ik de verschillende processen, die vanaf 1970 zijn gevoerd vanwege de verdenking van een overtreding van artikel 280 Wetboek van Strafrecht: het verborgen houden van een minderjarige.

Op 5 oktober bezoek ik opnieuw de Voor de Jeugd dag. De manier om in mijn situatie bij de ontwikkelingen in de jeugdzorg betrokken te blijven. Indruk maakt vooral de presentatie van de Kinderombudsman, die – vooruitlopend op een rapport dat later in november verschijnt – vast met een aantal uitkomsten komt, die duidelijk maken dat de decentralisatie – nog – weinig heeft opgeleverd voor de cliënten van jeugdzorg. Ik ben niet optimistisch dat het later beter wordt. Volgens mij is de huidige grootte van de Nederlandse gemeenten te klein voor een goed jeugdzorgbeleid.

Op 2 oktober sluit ik mijn speurtocht bij het Stadsarchief af. Ik heb het hele JAC archief doorgekeken. Veel interessant materiaal bestudeerd en veel herinneringen opgehaald.

Op 16 september was er weer een vergadering van de leesgroep. We bespraken een nieuw hoofdstuk over de jaren zestig en de traditionele “jeugdzorg”. Arnoud Willems is er voor het eerst bij als lid van de leesgroep.

Voor het eerst na zijn ongeluk Rudie Kagie weer gezien en gesproken. Hij schrijft aan een vervolg op ‘schuifkaas’. We wisselen van gedachten over onze vorderingen op schrijfgebied. Ik ga hem cijfers leveren over hoe de kinderbescherming eruit zag in de periode waarover hij schrijft.

Bij mij in het dorp (Koedijk) woont een oud-collega van het JAC, Helmut van Renesse. Natuurlijk heb ik ook hem opgezocht. de eerste keer dat ik op de fiets kon gaan om iemand te interviewen. We spraken vooral over de eerste jaren van het JAC en de voorzieningen, die, mede door toedoen van het JAC werden opgericht.

Arnoud Willems (advocaat bij Wintertaling) gesproken over het wegloopartikel (280 WvS). Met hem plannen gemaakt hoe ik aan meer juridische informatie kan komen.

Volgens planning het concept artikel voor Ons Amsterdam ingeleverd op 15 juni 2015. Het artikel verschijnt in het oktobernummer.

Hermien Buyse kon niet bij de bijeenkomst van de leesgroep aanwezig zijn. Ik sprak haar op 12 juni. Altra is bezig met de beschrijving  van de geschiedenis van het PPI. Ik zal daarbij worden betrokken.

Op 3 juni vergaderde de leesgroep. We bespraken mijn eerste hoofdstukken en het concept artikel voor Ons Amsterdam

Het leefkringhuis in Amsterdam Noord (officieel het Gère Paulussen Leefkringhuis) vierde op 27 mei haar dertig jarig bestaan. Dat werd gevierd met een bijeenkomst en een boek van Tom Tossijn met foto’s van Maaike Koning ‘Geen zee te hoog, de unieke aanpak van het leefkringhuis’. Ik ben voor het boek geïnterviewd en kreeg een exemplaar.

Op 13 april Maurice van Lieshout ontmoet. Hij publiceert regelmatig over de jeugdzorg. Monografieën over de geschiedenis van Zandbergen en Vossenveld zijn van zijn hand.

Het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam heeft veel documenten over het JAC. Helaas zijn ze niet ontsloten en behoorlijk ongeordend. Op 25 maart ben ik begonnen om archiefdoos na archiefdoos te bekijken of er iets van mijn gading in te vinden is. Het is een monnikenwerk, maar het heeft heel veel materiaal opgeleverd over het ontstaan van het JAC. Er is wonderbaarlijk veel bewaard gebleven. Zo kwam ik diverse malen mijn eigen handschrift tegen en kon ik lezen hoe ik in 1979 dacht over een nieuw opzet van de baliedienst (geen idee meer waarover het ging!).

Op 23 maart de draad weer opgepakt. In Friesland deze keer. Daar wonen Onno van Praag en Ineke van Gent, beide oud-medewerkers van JAC Amsterdam. We hebben (veel!) herinneringen opgehaald en gesproken over de oprichting van het JAC in Amsterdam.

Vrijdag 20 februari: Met Peter-Paul de Baar, hoofdredacteur van Ons Amsterdam, besprak ik de opzet van een artikel voor dat blad over het ontstaan en de eerste jaren van JAC Amsterdam.

Op 18 februari 2015 werd mijn tweede kleinkind (een dochter: Elin Kira) geboren. Het duurde even voor ik weer aan het werk raakte.

Op 26 januari sprak ik Simen de Jong, medewerker van het JAC in de jaren zeventig. Interessant voor mijn onderzoek vanwege de relatie tussen het ontstaan van JAC Amsterdam en Provo en de Kabouterpartij. Hij was voor de Kabouterpartij lid van de Amsterdamse Gemeenteraad.

Op maandag 19 januari sprak ik met Maria Schopman, vanaf de tweede helft van 1969 betrokken bij de start van de alternatieve hulpverlening en de oprichting van JAC Amsterdam.

Op donderdag 8 januari en op 5 februari heb ik  gesproken met twee oud medewerkers van de Sosjale Joenit in Den Haag: Jaap de Jong en Jack Verduyn Lunel. Onderwerp van gesprek was de ontstaansgeschiedenis van de alternatieve hulpverlening eind jaren zestig en die van de Sosjale Joenit in het bijzonder. Die geschiedenis wijkt af van die van JAC Amsterdam.